De theorie van het Ervarend Leren

Ervarend Leren is een actieve methode waarbij gebruik gemaakt wordt van doe-activiteiten om mensen ervaringen op te laten doen die kunnen bijdragen aan de oplossing van een probleem.

Definitie Ervarend Leren:
Ervarend leren omschrijven we als: het creëren van een methodisch opgezette leersituatie, waarin mensen concrete en intense ervaringen opdoen, die na reflectie over deze ervaringen leiden tot verandering in gedrag op meerdere leefgebieden. Te denken valt aan de leefgebieden: Wonen, Werken, Scholing, Vrijetijdsbesteding, Sociale Omgang en Relaties.

Ervarend Leren wordt vooral gezien als alternatief voor traditionele vormen van hulpverlening, die vooral gericht zijn op compensatie van afwijkend gedrag. Maar ervarend leren is ook een prima werkvorm ter voorkoming van een uithuisplaatsing, ter voorkoming van een justitiële opname, ter voorkoming van dreigende schooluitval, hulpvorm bij het oplossen van diverse hulpvragen of als methodische basis bij teambuildingsactiviteiten.

Ervarend Leren gaat uit van het lerende vermogen van de mens wat zijn aanvangsniveau dan ook is. Mensen leren nieuw gedrag waardoor ze effectiever kunnen optreden in andere leefsituaties. De leerervaringen vergroten het zelfinzicht, versterken het zelfvertrouwen, verrijken de handelingsbekwaamheid en effectueren het probleemoplossende vermogen.

Centraal thema is empowerment: het aansluiten bij en versterken van (potentiële) krachten in de mens zelf. Daarnaast gaat het om competentie. Er is sprake van competentie als een persoon over voldoende vaardigheden beschikt om de taken te vervullen waarvoor hij in het dagelijkse leven wordt gesteld.

Ervarend Leren versterkt het leren door het intense karakter dat in de activiteiten is opgesloten. Ook het opdoen van ervaringen in een andere leefomgeving werkt versterkend op het leerproces. Bij activiteiten moet dan vooral gedacht worden aan woon, werk en sport activiteiten. Je wordt dus in een specifieke situatie gebracht waarin je concrete leermomenten krijgt aangeboden.

In gestructureerde, zeer regelmatige plaatsvindende, gesprekken met de begeleider wordt gereflecteerd op die ervaringen, in relatie tot de doelstellingen waarmee ze het project zijn gestart. Op grond van de reflexieactiviteiten maken de deelnemers keuzes. Doel is dat de deelnemers het geleerde toepassen in een nieuwe situatie, waarmee de cyclus opnieuw start.

Kenmerkend voor projecten ervarend leren is dat: het gaat om activiteiten die mensen kunnen volbrengen. Kenmerkend voor de diverse (hulp)vormen ervarend leren is:

  1. De deelnemer is actief deelnemer in plaats van toeschouwer.
  2. De activiteiten vragen om een zekere mate van motivatie van de deelnemer in de vorm van energie, betrokkenheid en verantwoordelijkheid.
  3. De activiteiten echt en betekenisvol zijn voor de deelnemer in die zin dat ze natuurlijke consequenties hebben voor de deelnemer.
  4. Reflectie een kritisch element in het proces van ervarend leren is. 

De hulpvormen ervarend leren maken gebruik van de volgende vormen van leren en maken daarbij de vertaalslag het hoogst mogelijke ervarend leren rendement op dat moment:

  1. Leren door midden van vallen en opstaan (Trial en error).
  2. Leren door belonen en straffen.
  3. Leren door observatie en imitatie.
  4. Leren door waardenverwerving en waardenoverdracht.
  5. Leren door kennisverwerving en door het ontwikkelen van denkvaardigheden
  6. Leren door reflecteren.

Mensen verschillen nogal in de wijze waarop ze leren. Leren is op te vatten als een proces dat uiteindelijk leidt tot gedragsverandering. In dit proces zijn verschillende fasen te onderscheiden, zoals het verzamelen van informatie, het toetsen van nieuwe inzichten of het nadenken over dingen die je overkomen. De psycholoog Kolb deed onderzoek naar verschillende manieren van leren van mensen en hij onderscheidde er vier, die hij als fasen die van elkaar afhankelijk zijn kon vastleggen. Deze vier leerfasen kunnen worden beschreven in termen van de vaardigheden die bij die fasen horen.

Schema van Kolb:

 

Toelichting van de diverse stappen:

  • Concrete ervaringen (wat zie ik, wat maak ik mee, wat ervaar ik in de huidige situatie).
  • Observatie en reflectie (wat roept het bij me op, wat vind ik ervan, wat wil ik ermee).
  • Vorming van abstracte begrippen en generalisatie (hoe kan ik de ervaringen en mijn gedachten erover gebruiken en hoe kan ik ze dusdanig abstraheren of in een model onderbrengen die bruikbaar is voor mijn (toekomstige) handelen).
  • Toetsen van de begrippen in de nieuwe situatie. (wat levert de nieuwe aanpak in de praktijk op).

In feite is deze cyclus op elke gewenst onderdeel te starten, afhankelijk van de leerstijl van de betrokkene. Bij jeugdigen in de jeugdhulpverlening is bekend dat het starten met concrete ervaringen, dat wil zeggen het aan den lijve ondervinden van situaties en interacties met anderen, het meest effectief is om de leercyclus in gang te zetten.

Dit betekent dus in de praktijk dat: 

  • Deelnemers worden in een specifieke situatie gebracht waarin ze concrete leermomenten krijgen aangeboden.
  • Ze komen in een situatie van onbekendheid, waarin ze nieuwe ervaringen opdoen.
  • In gestructureerde gesprekken reflecteren ze over die ervaringen, in relatie tot de doelstelling waarmee ze het project zijn gestart en hun ideeën over de toekomst.
  • Op grond van de reflectie-activiteiten maken de deelnemers keuzes en stellen een plan op voor hun toekomstig gedrag, hun relatie tot anderen (ouders, familie, vrienden), hun daginvulling (school, werk) en de vrijetijdssituatie.
    De deelnemer past het geleerde toe in een nieuwe situatie, waarmee de cyclus opnieuw start.

Contact gegevens

Team ErvarendLeren
Severenstraat 16
6225 AR Maastricht,  .
043-6045555
info@ervarend-leren.eu